Op verzoek van Cees Blomhert reageerde Mirjam van Hengel op het hier eerder gepubliceerde interview met Leo Vroman met een citaat uit haar boek Hoe mooi alles, Leo en Tineke Vroman, een liefde in oorlogstijd (2014). Het boek leidde tot een toneelstuk en de cd De vogel in mijn borst, met teksten van Vroman gezongen door Frans van Deursen.

In 2011 publiceerde de plaatselijke krant in Texas, Star Telegram, een portret over Leo Vroman door journalist Tim Madigan. ‘The poets tale’ heette het stuk en met Amerikaans gevoel voor drama werd het vluchtverhaal dat de Dutch poet in de oorlog scheidde van zijn fiancee breed uitgemeten, in drie afleveringen en geïllustreerd met vele foto’s. Aan het begin stond een foto van een heel klein boekje met meer dan twintig pasfotootjes van Tineke, allemaal net iets verschillend, als de beroemde reeks fotootjes van Anne Frank. Dat boekje was, meldde het stuk, het enige dat Leo tijdens de oorlog van Tineke bij zich had.

 

Dat dat zo was, had de journalist van Leo zelf gehoord. In vele andere interviews heeft hij hetzelfde verteld, en het staat ook in het Schrijversprentenboek dat over hem verscheen. Maar uit twee direct naoorlogse brieven die ik las, bleek dat Leo gedurende al zijn kampjaren juist geen enkele afbeelding van Tineke bij zich had gehad. En zo schreef hij in juni 2013 aan Madigan: ‘Dear Tim, this morning I received an email from Mirjam, who is writing a book about our war years and has access to our post-war letters for it, and she wrote that in one 66 year old letter I said to T that I had no pictures of her at all so I tried (in vein) to draw her. So I now assume that little booklet of photo’s of her was either saved by her father in Indonesia, or by my mother while she was being evicted in Gouda. Sorry, but maybe even more tragic than having had Something of T at least. The booklet now sits next to me here.’

 

Uit: Hoe mooi alles, Leo en Tineke Vroman, een liefde in oorlogstijd