Op 10 maart 2020 gaf Cees van Putten een inleiding op de film ‘De dood in Venetië’ van Luchino Visconti naar het gelijknamige boek van Thomas Mann. Cees begon met een uitleg over het verschil tussen intertekstualiteit en interdisciplinariteit. Hierna werden enkele andere films van Visconti genoemd. Er werd vooral ingegaan op de film Il Gattopardo (De tijgerkat) naar het boek van Giuseppi Tomasi de Lampedusa met Burt Lancaster in de hoofdrol. We zagen ook een fragment uit een interview met Lancaster. De verfilming van een boek is volgens Cees van Putten ook een herschepping. Wat is relevant als een boek naar een ander medium wordt omgezet? Dat zijn vooral de aspecten genre, structuur en inhoud. De structuur van ‘De dood in Venetië’ wordt gevormd door vijf stappen, waar van de twee eerste niet in de film worden getoond.

  1. De hoofdpersoon Von Aschenbach wil op reis.
  2. Karakterisering van de hoofdpersoon.
  3. Von Aschenbach reist naar Venetië.
  4. ‘Socratische‘ liefde van Von Aschenbach voor de teenager Tadzio.
  5. Dionysische onttakeling (de dood).

Een van de motieven die een rol speelt in de film is de erotiek versus de wijsheid. De hoofdpersoon is een zeer geacht persoon, maar hij laat zich meeslepen door zijn erotische gevoelens voor Tadzio en uiteindelijk wordt dit zijn ondergang. Von Aschenbach wil Venetië namelijk niet verlaten ondanks de komst van een cholera-epidemie.

Het voert te ver om alle onderdelen van de inleiding van Cees hier weer te geven, maar we discussieerden o.a. over de rol van de erotiek op het werk van Mann en Visconti. Visconti was openlijk homoseksueel en de vraag is in hoeverre Mann homoseksuele gevoelens had. Hij kreeg nu het etiket crypto-homo opgeplakt. Een van ons verwees naar de filmscene waar Von Aschenbach zijn koffer uitpakt. Hij geeft dan een zoen op het portret van zijn overleden dochtertje maar niet op het portret van zijn vrouw.

Visconti heeft de inhoud het boek van Thomas Mann tamelijk nauwgezet gevolgd. Alleen is de hoofdpersoon nu geen schrijver maar een componist. Visconti heeft hierbij gedacht aan Gustav Mahler. De verwisseling van een schrijver voor een componist lijkt slechts een detail, maar het is wel opvallend omdat de muziek in de film een belangrijke rol heeft. Wie ‘Morte a Venezia’ heeft gezien zal de het Adagietto uit de vijfde symfonie van Mahler voor altijd met de film associëren.

Na de inleiding van Cees van Putten hebben we de film bekeken. Het is een prachtige, sfeervolle film. Von Aschenbach neemt in Venetië zijn intrek in Grand Hotel de Bains, een wereld vol ‘fin de siècle’ glorie die na 1914 uit Europa zou verdwijnen. Er is ook een Poolse familie aanwezig met hun zoon Tadzio. Bij de jongen ziet Von Aschenbach het onbereikbare schoonheidsideaal dat hij ook altijd in zijn werk probeerde te vinden. Hij raakt steeds meer gefixeerd op de tiener. Tadzio merkt de belangstelling van de componist en hoewel hij de gevoelens van Von Aschenbach niet beantwoordt is hij wel gevoelig voor diens aandacht. Als hij met zijn familie wandelt worden ze gevolgd door Von Aschenbach. Tadzio kijkt voortdurend achterom en draalt om te zien of Von Aschenbach er nog is.

Morte a Venezia (1971)

In Venetië komt een cholera-epidemie op, maar officieel wordt die ontkend. Von Aschenbach wil de stad verlaten. Als de verzending van zijn bagage misloopt grijpt hij dat aan als excuus om toch in Venetië te blijven. Tadzio is nu een totale obsessie voor hem geworden. Door het eten van aardbeien is Von Aschenbach met cholera besmet geraakt. Hij dwaalt koortsig door de stad, de familie van Tadzio achterna. Een bankier adviseert Von Aschenbach om de stad meteen te verlaten. In een koortsdroom geeft Von Aschenbach dit advies door aan de familie van Tadzio en streelt hij de jongen over het hoofd.

Het fysiek en mentaal verval van Von Aschenbach wordt weerspiegeld in het verval van Venetië. Symbolisch is een scene waar muzikanten spelen op een terras met chique gasten. Als Von Aschenbach een van hen aanspreekt blijkt de keurig geklede muzikant een gebit vol gaten te hebben.

In een flashback of droom wordt Von Aschenbach als componist uitgefloten. Men roept “bedrieger” en “Ze zullen oordelen en je veroordelen”. Was dit ook het angstbeeld van Thomas Mann?

Uiteindelijk hangt Von Aschenbach doodziek in een strandstoel. In de verte loopt Tadzio in de zee en hij heeft zijn hand uitgestoken. Poolse muziek klinkt op de achtergrond. Von Aschenbach zakt in elkaar en overlijdt.

Grote delen van de film verlopen heel langzaam, maar de spanning is voelbaar. De ogenschijnlijk trage delen worden afgewisseld met korte, drukke scenes en flashbacks met conversaties over schoonheid. Verder wordt er weinig gesproken in de film en tussen Von Aschenbach en Tadzio zelfs nooit. Het langzaam naderende einde van Von Aschenbach wordt weergegeven in enkele long shots.

Willem van Maren