Dinsdag 11 juli sloten wij het seizoen af, aan de Loosdrechtse Plassen, met culinaire bijdragen van de aanwezigen. Wij bespraken het in Nederland niet zo bekende Perzische Brieven/Lettres Persanes van Montesquieu, verschenen in 1721. Leuker dan we eigenlijk hadden gedacht. Twee Perzen, Usbek en Rica, gaan op reis naar Frankrijk, vol verbazing bekijken ze het leven in Frankrijk. Ze vergelijken dat met het leven in Perzië vertellen daarover in hun brieven naar huis. Ze blijven acht jaar rondreizen en gaan ondertussen de Franse cultuur steeds beter begrijpen. Er zijn meerdere ontvangers die de brieven beantwoorden en de ontvangers vertellen ook wat er thuis in Perzië gebeurt. Dank zij die verschillen in personages en omstandigheden kan Montesquieu verschillende meningen en veranderingen van mening van mening laten zien. Het is vooral een verslag van de reis en aan het eind knoopt hij er nog een verhaal aan vast over intriges en opstand in de serail. Montesquieu mengt exotisme, satirisch commentaar op zeden en gewoonten en filosofische bespiegelingen op een boeiende manier.

Montesquieu had diverse voorgangers in de 17e en begin 18e eeuw. Exotisme was in de mode, beroemd was l’Espion turc, een brieven roman vertelde hoe een Turk de Franse zeden en gewoonten zag. In 1717 kwam de eerste vertaling van Duizend en Één Nacht uit. Jean de La Bruyère was een voorbeeld voor de satirische beschrijvingen van stereotiepe persoonlijkheden zoals de belastingpachter en de biechtvader in Brief 48.

De Perzen bewonderen de vrijheid die de Françaises genieten. Maar Usbek vindt dat zijn lievelingsvrouw Roxane goed af is, opgesloten in de serail in het zoete Perzie; zij heeft zelfs de mogelijkheid niet om een misstap te begaan (Brief 26). Af en toe koopt de hoofdeunuch er nog een mooie vrouw bij zodat Usbeck bij terugkeer in zijn serail “de lieftalligheid waar tijd en bezit aan knagen, in dezelfde mate weer zal zien opbloeien” (Brief 79). Rica vindt dat, al zijn de Perzische vrouwen mooier, de Franse vrouwen aantrekkelijker zijn (Brief 34). Europese vrouwen zijn echter wel ontrouwer en “wij Aziaten” vinden dat mannen zich onwaardig gedragen als ze afzien van de heerschappij die ze van de natuur over de vrouw hebben gekregen (Brief38).
Montesquieu uit veel kritiek op de regering van Lodewijk XIV, maar verborgen, het zijn immers ”de Perzen” die het zeggen. De ondertoon van die kritiek is toch tamelijk optimistisch, absolute macht is ook voor de vorst uiteindelijk niet aantrekkelijk. De oosterse sultans hebben absolute macht, het minste of geringste vergrijp of onvoorzichtigheid betekent doodstraf voor een onderdaan, bij Europese vorsten betekent zoiets alleen verlies van voorrechten. Maar dat betekent niet dat Oosterse vorsten veilig kunnen leven, integendeel ze moeten zich voortdurend angstvallig beschermen (Brief 102). Engeland wordt genoemd als een land waar het gezag van de koning minder absoluut is (Brief104). Montesquieu had natuurlijk de revoluties van 1648 (Cromwell) en die van 1688en de ideeën van Locke in gedachten. Het politieke landschap in Franrijk zag er trouwens ook beter uit na de dood van Lodewijk XIV in 1715.

Lettres Persanes geeft een goede illustratie Montesquieus’ 18e eeuwse verlichtingsdenken. Geloof in de rede en geloof dat het een natuurwet is dat het geweten uiteindelijk altijd aan de mens blijft vertellen wat rechtvaardig is (brief 83). Vooruitgang die de wereld gaandeweg bevrijd van armoede en onderdrukking is de verwachting (brief 106). Deïsme komt in de plaats komt van theïsme en dat gaat gepaard met antiklerikalisme (Brief 61). In Brief 69 beschrijft Montesquieu zijn deïstische opvattingen en drijft hij de spot met het godsbegrip van Descartes. Geloof ook dat de mensheid geleidelijk de natuur haar geheimen ontfutselt in Brief 97. (De kerkelijke autoriteiten waren zeer ontstemd: “Hali, Mohammed en Koran zijn stromannen, hij bedoelt Paulus, de profeten en de Heilige Schrift en hij zegt dat Newton en Descartes het heelal beter begrijpen dan Mozes”, zei abbé Gaultier).

Tenslotte, de vertaling is goed maar het origineel blijft onovertroffen. Bijvoorbeeld in Brief 82 over gens taciturnes et diseurs de rien: “Mais ils sont au comble de l’esprit lorsqu’ ils savent entendre finesse a tout et trouver mille petits traits ingénieux dans les choses les plus commune.” vertaald als “Maar de spitsvondigheid van die mannen bereikt een hoogtepunt wanneer ze in staat zijn om overal iets fijnzinnigs in te zien en in de banaalste zaken tal van geraffineerde details te ontdekken.” De uitgave van Les Classique de Poche bevat ook meer aantekeningen die de 18e eeuwse context verduidelijken.

Binnenkort

Recente berichten

Nóg meer nieuws